Bloedbad bij Mountain Meadows

Onderwerp

Op 11 september 1857 richtten zo’n vijftig tot zestig burgerwachten, geholpen door indiaanse bondgenoten, een bloedbad aan onder zo’n 120 emigranten die op weg naar Californië waren. Dit bloedbad, waarbij slechts zeventien kinderen onder de zes jaar gespaard bleven, vond plaats in een vallei die Mountain Meadows heette, ruim vijftig kilometer ten zuidwesten van Cedar City.

Omdat de daders lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen waren, heeft de kerk haar uiterste best gedaan om de wonden van het bloedbad te helen. In 1999 heeft de toenmalige kerkpresident Gordon B. Hinckley samen met nakomelingen van de slachtoffers op die plek een monument ingewijd. Sindsdien heeft de kerk met groepen nakomelingen samengewerkt om het monument en de omgeving te onderhouden. En de kerk heeft toegezegd om het gebied in de toekomst te verbeteren en te onderhouden.

In een poging om licht te werpen op de details van de gebeurtenis, hebben mormoonse leiders de archieven van de kerk opengesteld voor de schrijvers van het boek Massacre at Mountain Meadows uit 2007. Toen op 11 september 2007 werd herdacht dat het bloedbad 150 jaar eerder had plaatsgevonden, zei president Henry B. Eyring:

Hoewel ze voor de kerk werken, waren de schrijvers volledig vrij om hun boek te schrijven. Ze hebben hun eigen conclusies kunnen trekken uit de grote hoeveelheid historisch materiaal die ze verzameld hebben. Ze hadden toegang tot al het relevante materiaal van de kerk. Twee van de belangrijkste conclusies die ze hebben getrokken, zijn: (1) dat de boodschap van Brigham Young om de immigranten met rust te laten te laat kwam, en (2) dat de verantwoordelijkheid voor het bloedbad bij de plaatselijke leiders van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in het gebied bij Mountain Meadows lag, die ook burgerlijke en militaire taken hadden, en bij leden van de kerk die onder hun leiding werkzaam waren.

Hoewel geen enkele gebeurtenis in de geschiedenis volledig duidelijk is, weten we door het werk van deze drie schrijvers nu meer dan ooit tevoren over dit afschuwelijke incident. De waarheid die we hebben leren kennen, bedroeft ons ten zeerste. Het evangelie van Jezus Christus dat wij aanhangen, verafschuwt het koelbloedig vermoorden van mannen, vrouwen en kinderen. Het bepleit vrede en vergeving. Wat lang geleden door leden van de kerk is gedaan, is een afschuwelijke en onvergeeflijke afwijking van christelijk onderricht en gedrag. We kunnen niet veranderen wat er gebeurd is, maar we kunnen de mensen die gedood zijn, herdenken en eren.

Wij spreken onze diepe spijtbetuiging uit voor het bloedbad dat 150 jaar geleden in deze vallei is aangericht en voor het overmatig en onuitsprekelijk leed van de slachtoffers en hun nakomelingen.

Stijlgidsnotitie:Als u De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in een artikel noemt, gebruik dan bij de eerste vermelding alstublieft de volledig naam van de kerk. Voor meer informatie over het gebruik van de naam van de kerk, zie onze onlineStijlgids.