Trek van de pioniers

Onderwerp

De negentiende-eeuwse mormoonse migratie die in 1846 in Illinois begon, vervolgens door Iowa en Nebraska en uiteindelijk naar een toevluchtsoord in de Rocky Mountains leidde, is een van de opmerkelijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de grote migratie naar het westen van de Verenigde Staten. In tegenstelling tot de duizenden pioniers die naar Californië en Oregon stroomden, op zoek naar een beter leven, gingen de mormoonse pioniers niet vrijwillig — ze werden door vijandige bewoners uit Illinois en Missouri verdreven. Later werd die mormoonse trektocht door vele bekeerlingen uit Europa gemaakt.

  • Na de moord op Joseph Smith in 1844 en de toenemende druk op de mormonen om hun stad Nauvoo aan de oever van de Mississippi te verlaten, begrepen de leiders van de kerk dat ze weer moesten verhuizen. Eerst vestigden ze een toevluchtsoord bij het hedendaagse Omaha (Nebraska, VS), Winter Quarters genaamd. En in 1847 vertrok het eerste huifkarrenkonvooi naar de Rocky Mountains in het westen, zonder een vaste eindbestemming.
  • Toen de eerste groep mormoonse pioniers in de zomer van 1847 de Salt Lake Valley bereikte, keek Brigham Young over de toen dorre woestijn uit en verklaarde: ‘Hier is het.’
  • In 1849 richtte president Young het Permanent emigratiefonds op om arme heiligen der laatste dagen met hun emigratie te helpen. Uit het fonds werden zo’n dertigduizend emigranten uit Groot-Brittannië, Scandinavië, Zwitserland, Duitsland en Nederland geholpen om naar Amerika te emigreren — ruim een derde van alle heiligen der laatste dagen uit Europa in die periode.
  • Om te besparen op dure huifkarren en ossen, gebruikten zo’n drieduizend pioniers goedkope houten handkarren die licht genoeg waren om over de grote vlakten te trekken. Aan elke handkar werd een gezin of groep van vijf personen toegewezen, en 18 tot 20 mensen gebruikten samen een tent. Er kon niet meer dan 90 kilo in een handkar worden vervoerd — zo’n 8 kilo bagage per persoon. Elke goed georganiseerde groep werd geleid door een ervaren gids en had minimaal vier door ossen getrokken karren met voorraden.
  • De eerste groep met handkarren vertrok op 9 juni 1856 uit Iowa City (Iowa) met 266 mensen uit Engeland, twee dagen later gevolgd door een tweede groep met ruim 200 mensen. Deze eerste handkargroepen kwamen goed in de Salt Lake Valley aan, maar de tocht was zwaar. In dagboeken van pioniers wordt gesproken over barre weersomstandigheden, de dreiging van vijandige indianen, het overlijden van medereizigers en de voortdurende ontberingen van honger en vermoeidheid.
  • Het onheil sloeg toe in het najaar van 1856, toen de handkargroepen Willie en Martin laat in het seizoen waren vertrokken met in totaal zo’n duizend mensen. Beide groepen kregen te maken met een gebrek aan proviand en met ontberingen, zoals een sneeuwstorm die een van de ergste in een eeuw bleek te zijn. De uitgeputte groepen sloegen hun kamp op in de diepe sneeuw op de vlakten van Wyoming, waar ruim tweehonderd mensen aan honger en kou overleden. Er werd onmiddellijk een reddingsactie op touw gezet toen men in Salt Lake City hoorde wat er aan de hand was.
  • Of ze nu met een huifkar of een handkar reisden, duizenden mormoonse pioniers stierven onderweg. Dierbaren, onder wie kinderen, werden vaak achtergelaten in ondiepe graven die nooit meer bezocht werden.
  • In opdracht van Brigham Young ondernamen zo’n zeventigduizend heiligen der laatste dagen vanaf 1847 de moeilijke reis naar Utah, totdat de transcontinentale spoorweg in 1869 werd voltooid. De collectieve ervaring van de pioniers is diep in het mormoonse zelfbeeld gegrift. Voorouders die als pioniers de tocht hebben gemaakt worden geëerd en veel besproken in familiebijeenkomsten van nakomelingen, maar ook in bijeenkomsten van kerkleden die het moedige en offervaardige voorbeeld van de pioniers als inspirerend beschouwen.

Stijlgidsnotitie:Als u De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in een artikel noemt, gebruik dan bij de eerste vermelding alstublieft de volledig naam van de kerk. Voor meer informatie over het gebruik van de naam van de kerk, zie onze onlineStijlgids.